Vallen en opstaan en de weg omhoog

Dordrecht: Met vallen en opstaan.

Zo ging het opzetten van het visexporterend bedrijf van de Nederlander Michel Huijser in Gambia. Met zijn Atlantie Seafood Company (Gambia) Ltd. exporteert hij nu diepgevroren tong, inktvis en garnalen naar de Europese Unie. “Er vissen maar weinigvissers zo duurzaam als de vissers uit Gambia.’ , Afrikaanse bootvluchtelingen, Vanuit Gambia vertrekken veel hopend op een toekomst in het rijke Westen. Maar Gambia is ook een land met een overweldigend mooie natuur, en een land in ontwikkeling, dat bruist van activiteit.

De in Rotterdam opgegroeide Michel Huijser (40) kwam in aanraking met het land toen zijn vader in 1994 honorair consul werd voor Gambia. Nederland heeft wereldwijd een groot netwerk van honoraire consuls, dat een onmisbare, praktische en economische aanvulling en ondersteuning vormt van het netwerk van ambassades en beroepsconsulaten. De (onbezoldigde) functie van vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden in Gambia bracht met zich mee dat de familie een Gambiaans paspoort kreeg en dat het West-Afrikaanse land regelmatig werd bezocht. Het ondernemerschap zit de Huijser’s in het bloed, en toen Michel in contact was gekomen met een Gambiaanse student in Maastricht die in zijn vaderland een bakkerijtje wilde beginnen hapten vader en zoon Huijser toe. “Met z’n drieën hebben we een bakkerij opgezet. We leverden vooral stokbrood, en dat liep best aardig’, vertelt Huijser. “Maar toen werd er een militaire coupe gepleegd. De nieuwe machthebbers begonnen zich te bemoeien met de broodprijzen en toen was voor ons de lol er af.” Exit broodfabriek.

Met het idee om bevroren vis te gaan exporteren lijken de Huijsers meer geluk te hebben. Via de handelsmaatschappij Network Seafood in Nederland wordt bevroren Gambiaanse vis naar Europa geëxporteerd. De vis, van barracuda (waarvoor nog weinig markt is) tot de gewilde Atlantische tong, wordt in Gambia bij de Atlantic Seafood Company verwerkt, ingevroren en verpakt. Goeie vis alleen is niet genoeg. “We moesten eerst het vertrouwen winnen van de markt. En dat is gelukt. We leveren nu aan diverse groothandels in Nederland, Duitsland, België en Spanje. Vorig jaar draaiden we break-even. Jammer genoeg is de export van inktvis naar Spanje door de economische crisis sterk teruggelopen. Daarentegen zijn we met de tong groter geworden en hebben we nieuwe klanten in België en Duitsland gekregen.
We proberen onze tong ook in de supermarkten te krijgen. Daarbij helpt wellicht dat wij sinds vorige maand op de online Viswijzer met de Atlantische Tong uit Gambia als ‘Prima keuze’ staan aangemerkt. ”

Banabana

Huijser is ervan overtuigd dat er maar weinig vissers zo duurzaam vissen als de vissers uit Gambia, Zijn bedrijf betrekt vis van zo’n 500-600 kano’s. Er varen vier tot vijf man op zo ‘n kano. Het gaat om dagvisserij met staandwant, en de vangsten liggen op 30-60 kilo per boot per dag. De meeste vissers uit Gambia zijn Senegalezen, die een naam hebben in West-Afrika als vissersvolk. Zij leven op en om het strand en vertrekken alleen voor’ de feesten’ naar hun thuisland. Huijser heeft naar eigen zeggen slechts een minimaal contact met deze vissers. “Ze spreken alleen hun eigen stammentaal en geen Engels of Frans.” De vissers leveren in eerste instantie aan een ‘banabana ” een soort agent, die ook een controleursfunctie heeft. De Propere werkomstandigheden bij het verpakken van de tong. Het ijs dat uit de ijsbunker van de fabriek wordt geschept is bestemd voor de vissers. vis van de kano’s wordt opgeslagen in een depot en gaat van daaruit naar de Atlantic Seafood Company, De fabriek heeft een eigen ijsmachine, en ijs wordt in koelboxen geleverd aan de vissers. Er wordt maar weinig vis afgekeurd. Quota bestaan nog niet in Gambia; er geldt alleen dat de vis in principe in Gambia zelf afgezet moet worden. De kano-vissers raken hun vis goed kwijt. Een lokale rokerij is een van de afnemers, en de verse vis vindt uiteraard ook zijn weg naar de lokale markt. Volgens Huijser eet de lokale bevolking zelf geen tong, maar vooral ‘graterige vis’. Zes dagen per week is zijn fabriek open. Deze is gevestigd in een bestaand pand, dat werd aangepast aan de eisen van de Europese Unie. Er werken 50 mensen in vaste dienst, maar dat kan bij volle productie oplopen tot 170 mensen. Van de werknemers is driekwart vrouw. Sorteren en fileren wordt door mannen gedaan. Na voorkoelen gaan de vissen, inktvissen, kreeftjes of garnalen de blastfreezer in. “Het samenstellen van een goed en betrouwbaar team heeft tijd gekost.

MSC

Tong die in Gambia wordt gevangen en geëxporteerd naar Europa heet meestal Senegalese tong, maar wordt in Nederland Atlantische tong genoemd. De online Viswijzer meldt: “Deze tong wordt door kleinschalige vissers op een selectieve manier en zonder bodemschade gevangen. Deze tong is niet overbevist. Er moet alleen wel een plan komen om dit in de toekomst ook te voorkomen.” De Gambiaanse tongvisserij zit momenteel in het MSCcertificeringsproces.
Het was voor ons erg wennen aan de cultuur van het land. We hebben nu een goeie voorman, uit Senegal, en een ploeg trouwe werknemers. Ze zijn trots op de fabriek en hebben vertrouwen in de producten die we leveren. We zetten elke dag een bus in voor het personeel. Een keer per maand wordt het salaris uitbetaald, cash. Na jaren van vallen en opstaan zijn we nu echt op de weg omhoog.”
Elke dag krijgt Michel Huijser in Nederland een overzicht van de activiteiten in de fabriek in Gambia, en elke maand verblijft hij wel een week in Gambia. Hij heeft het daar inmiddels goed naar z’n zin. “Er zitten hier meer Nederlanders. Het land is echt in ontwikkeling, dat zie je duidelijk. Je merkt het ook aan de frequentie van de stroomuitval ; dat gebeurt steeds minder.”
Problemen met wat in Nederland corruptie genoemd wordt zijn in een land als Gambia niet te voorkomen. http://www.theatlanticseafoodcompany.com/vallen-en-opstaan-en-de-weg-omhoog/ http://www.theatlanticseafoodcompany.com/vallen-en-opstaan-en-de-weg-omhoog/”Staat er ineens een controleur voor je neus die de stroom wil afsluiten. We proberen hier zo soepel mogelijk mee om te gaan:’